Marc's Place

E$WNDSEL - DBL-venster operaties




Aanroep
 
xcall e$wndsel (venster-id[, [{positie | vlag}], [hoogte]])
 
Common velden vóór aanroep
*N/A
Parameters te vullen bij aanroep
venster_id (i*)
Een integer die de unieke code ter identificatie van een venster bevat.
Indien NUL, dan moet vlag gevuld zijn met -80 of -132.
positie (d5)
Positie (RRKKK) op het beeldscherm waar de linkerbovenhoek van het beschrijfbare deel van het venster zich moet bevinden. Indien meegegeven, wordt venster op deze positie geplaatst en geactiveerd.
RR = Beeldschermregelnummer
KKK = Beeldschermkolomnummer
vlag (d3)
Besturing van de routine.
Plaatsen van een venster
  • Indien niet meegegeven en positie ook niet, wordt aangenomen dat venster op de huidige positie vooraan moet worden geplaatst en geactiveerd.
  • -3
    Venster wordt vooraan geplaatst op de huidige positie, maar het wordt niet het actieve uitvoervenster.
Verwijderen van een venster
  • -1
    Venster wordt van het beeldscherm verwijderd, maar niet uit het geheugen gewist.
  • -2
    Venster wordt van het beeldscherm verwijderd en ook uit het geheugen gewist.
In beide gevallen wordt e$_curw gevuld met het basis-venster e$_win dat bij de initialisatie van het programma wordt gemaakt in routine e$init.
Vergroten of verkleinen van een venster of het beeldscherm
  • -80
    Venster 80 kolommen x hoogte regels maken. Indien venster_id NUL is, wordt het beeldscherm op deze waarden ingesteld.
  • -132
    Venster 132 kolommen x hoogte regels maken. Indien venster_id NUL is, wordt het beeldscherm op deze waarden ingesteld.
Enkel deze twee breedtes worden op dit moment door DBL ondersteund.
hoogte (d2)
De hoogte van het beschrijfbare deel van het venster in regels.
Indien meegegeven en vlag is -80 of -132, dan wordt de hoogte van het venster of het beeldscherm op de nieuwe hoogte ingesteld. Wordt hoogte niet meegegeven of heeft een waarde <= NUL, dan krijgt hoogte de standaardwaarde van 24.
De hoogte van het beeldscherm kan alleen worden aangepast bij een terminal-emulator en bij het gebruik onder MS-Windows.
 
Indien je alleen van uitvoervenster wilt veranderen, vul de variabele e$_curw met venster-id. Deze routine hoef je daarvoor NIET aan te roepen.
Parameters gevuld bij terugkeer
*N/A
Common velden gevuld bij terugkeer
e$_curw
Venster-identificatie van het actieve uitvoervenster. Dit kan de ID zijn van het geselecteerde venster, het basis-venster e$_win dat bij programmastart wordt gemaakt of er is niets aan e$_curw veranderd.
e$_erw
Foutcode van de eventueel opgetreden fout:
000 = Alles is goed gegaan.
??? = DBL-foutcode
e$_liw
Het regelnummer waar de DBL-fout optrad.
Voorbeelden
 

Creëer een venster met kader en titel:


xcall e$wndcre (mywin, 06012, 14, 40, 011, 'Mijn venster')


Doe wat met het venster:


xcall e$wndsel (mywin) ; haal naar voren en activeer

xcall e$wndsel (mywin, -1) ; verwijder maar niet wissen

savwin = e$_curw ; bewaar ID huidige uitvoe venster

e$_curw = mywin ; MYWIN is nu uitvoervenster (onzichtbaar).

xcall e$wndsel (mywin, -132, 40) ; 132 breed en 40 hoog

xcall e$wndsel (mywin, -80) ; 80 breed en 24 hoog

xcall e$wndsel (mywin, -2) ; verwijder en wissen

© 1997- Marc Vos (and others)   -   Privacy Statement   -    Contact Me